februari 2017

vrijdag 2 december 2011

Afgelopen 10 jaar steeg de afstand tot scholen zowel in als buiten de stad

Basisonderwijs
De afstand tot de school is een belangrijke verklaring voor de modal split van de schoolmobiliteit. 90% van de basisschoolleerlingen woont op loopafstand (1 km) van school en 97% op fietsafstand (2 km). Toch komt slechts twee derde te voet of per fiets, 30% wordt met de auto gebracht en slechts 17% van de basisschoolkinderen gaat zelfstandig naar school.

De beleving van ouders van de verkeersonveiligheid is onder andere een belangrijke verklaring voor het halen en brengen van de kinderen. De ouders ervaren vooral knelpunten in de directe schoolomgeving (parkeersituatie bij de school), terwijl kinderen veel meer knelpunten aangeven op de woon-schoolroute. Als ouders het gevoel hebben dat de schoolomgeving of de route naar school onveilig is, kan er lokaal een negatieve spiraal ontstaan: meer ouders halen en brengen de kinderen met de auto. Dat vergroot de subjectieve onveiligheid en zorgt voor een zelfversterkend effect. Verder wordt het socialer acceptabel om je kinderen naar school te brengen met de auto.

Een verhoogde schoolmobiliteit per voet/fiets is goed voor:
  • milieu (minder uitstoot van autoverkeer)
  • veiligheid (minder parkeerdrukte bij de school)
  • beweging (minder overgewicht, betere conditie en lenigheid)
  • zelfstandigheid van kinderen in het verkeer (meer fietsvaardigheid en verkeerservaring voor de middelbare school)

Het factsheet over schoolmobiliteit gaat uitgebreid in op de verschillende aspecten van schoolmobiliteit.

De gemiddelde afstand tot het basisonderwijs is met name van belang voor gezinnen met kinderen in de leeftijd 4-12 jaar. De gemiddelde afstand tot een basisschool is in niet-stedelijke gebieden ongeveer 60% hoger dan in sterk stedelijke gebieden, maar is in beide vallen niet hoog. Het landelijk gemiddelde ligt op 0,7 km.

Tabel Gemiddelde afstand tot een basisschool per mate van stedelijkheid.

Mate van stedelijkheid
Gemiddelde afstand (km) tot een basisschool
2006-2010
2010-2013
2014
2015
Zeer sterk
0,52
0,52
0,54
0,55
Sterk
0,59
0,59
0,62
0,62
Matig
0,63
0,65
0,67
0,67
Weinig
0,72
0,74
0,77
0,78
Niet
0,83
0,84
0,89
0,89

Bron CBS, bewerking CROW-KpVV

De afgelopen 10 jaar lijk In elke mate van stedelijkheid  de afstand naar de basisschool te zijn toegenomen.  In weinig tot niet stedelijke gebieden nam de afstand meer toe dan in stedelijke gebieden. Dit kan komen door uitbreiding van de bebouwde gebieden, of door de herindeling van gemeenten of door het sluiten van scholen.
In de matig tot niet stedelijke gebieden lijkt de afstand tot de basisschool het afgelopen decennia  afgelopen 10 jaar iets groter te worden. Dit kan komen uitbreiding van de bebouwde gebieden, of door de herindeling van gemeenten of door het sluiten van scholen. De statistiek is niet gebaseerd op een steekproef, maar op berekening. Van een onnauwkeurigheid als gevolg van de steekproef is dus geen sprake.

Uit de cijfers van het dashboard schoolmobiliteit blijkt ook dat het verschil in schoolafstand tussen stad en platteland klein is. Kinderen in de stad hebben de school om de hoek: 97% van de kinderen woont op minder dan 1 kilometer van een school. Opvallend is dat ook op het platteland de school voor 88,4 % van de kinderen op maximaal 2 kilometer ligt. Bij de jonge scholieren (basisschoolleerlingen) zijn de afstanden overwegend kort: 15% woont op minder dan 500 m van school, 46% tussen de 500 en 1500 meter. Slechts 3% moet verder reizen dan 5 km.

Omdat vaak niet voor de dichtstbijzijnde school wordt gekozen is de werkelijk afgelegde afstand groter dan de afstand tot de dichtstbijzijnde school. De afstand tot school is echter wel een belangrijke factor in de schoolkeuze (Verwey-Jonker Instituut, 2010).

Traffic Test heeft voor het Fietsberaad onderzoek gedaan naar het reisgedrag van leerlingen van de basisschool (Traffic Test, 2003).  In Figuur 4 is te zien wat de invloed van de afstand naar school op de vervoerswijze is. In de categorie <500 m wordt het meest naar school gelopen, terwijl bij de andere twee categorieën (>500m) de fiets het belangrijkste vervoersmiddel is. De auto speelt alleen een belangrijke rol in de laatste categorie (>2km). 


Figuur     Aandeel kinderen naar gebruikelijke vervoerwijze om naar school te gaan en naar de afstand die zij van school wonen (in %)


Uit het onderzoek van Traffic Test kwam naar voren dat de gemiddelde afstand huis-school 580m is voor de vervoerswijze lopen, 1440 m voor op de fiets naar school gaan en 2550 m wanneer de auto gebruikt wordt om de kinderen naar school te brengen.
Een andere rede voor de vervoerwijze is de leeftijd van een kind. Naarmate kinderen ouder worden neemt het aandeel auto in de vervoerswijze af. Onderstaande figuur geeft aan hoe het aandeel afneemt naarmate de leeftijd van kinderen toeneemt.


Figuur   Percentage kinderen en vervoerswijze naar school naar leeftijd. Bron: XTNT (2014).



Uit het onderzoek van Traffic Test kwam naar voren dat de gemiddelde afstand huis-school 580 m is voor de vervoerswijze lopen, 1440 m voor op de fiets naar school gaan en 2550 m wanneer de auto gebruikt wordt om de kinderen naar school te brengen.

In onderstaande tabel is naast de modal split per afstandsklasse ook onderscheid gemaakt tussen zelfstandig en begeleid naar school gaan. Niet alle kinderen zijn oud genoeg om alleen naar school te gaan, maar er kunnen ook andere redenen zijn waarom kinderen door hun ouders gebracht worden. Zo kan de school op de route liggen van een ouder, die met de auto naar het werk gaat. Opmerkelijk is dat in de categorieën tot 2 km het begeleid fietsen populairder is dan het zelfstandig fietsen.

Tabel Percentage kinderen dat meestal op een van onderstaande wijzen naar de basisschool gaat onderverdeeld naar afstand die het kind moet afleggen naar school.



Uit CBS data blijkt dat de gemeenten met de laagste gemiddelde afstand een afstand van rond de 0,5 km hebben. ’s-Gravenhage, Katwijk, Schiedam en Urk hebben de kortste gemiddelde afstand tot de basisschool, namelijk 0,4 km. In Baarle-Nassau is de afstand het langst, namelijk 1,7 km.

Ook verkeersveiligheid bepaald vervoerwijze
Wanneer gekeken wordt naar de mate van stedelijkheid valt op dat kinderen in matig tot niet stedelijke gebieden zowel lopend als fietsend veel vaker zelfstandig naar school gaan dan in (zeer) sterk stedelijke gebieden (zie onderstaande Tabel). Daarnaast is het opvallend dat het gebruik van de auto zowel hoog is in sterk stedelijke gebieden als weinig en niet stedelijke gebieden. Bij de weinig en niet stedelijke gebieden kan dit verklaard worden door de afstand tot de school, bij de sterk stedelijke gebieden speelt de verkeersonveiligheid een rol. De afstand is niet altijd de bepalende factor. Op scholen worden aan de andere kant vaak maatregelen genomen en campagnes gevoerd om het aandeel van de auto terug te dringen, juist om de verkeersveiligheid te verbeteren. Hoewel het gemiddelde aandeel van de auto relatief klein (12%) is ten opzichte van de andere modaliteiten kan het wel tot verkeersonveilige situaties leiden rond scholen. Het halen en brengen op vaste tijdstippen zorgt namelijk voor een piekbelasting van de infrastructuur rond de school. De verkeersituatie rondom de school is sterk afhankelijk van het aantal kinderen wat gebracht wordt met de auto. De gemeente kan  de verkeersituatie direct rondom de school verbeteren. Dit zorgt ervoor dat ouders de situatie rondom de school als veiliger ervaren,  waardoor minder kinderen met de auto gebracht worden, wat de werkelijke verkeersveiligheid ten goede komt.

Merk op dat de percentages niet optellen tot 100%: dit komt, omdat de tabel de percentages geeft voor het aandeel kinderen wat altijd op een bepaalde manier reist. Het overige deel  van de kinderen komt niet altijd op dezelfde manier naar school, maar zal de ene keer bijvoorbeeld lopen en de andere keer gebracht worden.

Tabel  Vervoerswijze (zelfstandig/begeleid) per mate van stedelijkheid

fietsen
lopen
auto
stedelijkheid
altijd begeleid
altijd zelfstandig
altijd begeleid
altijd zelfstandig
altijd met de auto

Zeer sterk
39%
6%
17%
4%
7%
Sterk
19%
13%
16%
5%
13%
Matig
27%
20%
13%
13%
5%
Weinig
13%
19%
10%
7%
20%
Niet
18%
22%
10%
10%
10%






Gemiddeld
22%
16%
13%
8%
12%


Ook kun je Kiss&Ride voorzieningen afwegen tegen het minder duurzame karakter ervan: meer automobiliteit en minder veiligheid.


Voortgezet onderwijs

Nederlanders wonen op gemiddeld 2,4 kilometer van de dichtstbijzijnde school voor voortgezet onderwijs. Ruim 85% van de inwoners heeft minimaal één school binnen een afstand van 5 kilometer. Volgens onderzoek van het RIVM gaat 75% van de scholieren op de fiets naar de middelbare school, 16% reist met het openbaar vervoer, 6% gaat met de brommer of scooter en 3% wordt gebracht met de auto (RIVM, 2007). Dat het aandeel van de fiets zo hoog is kan verklaard worden door het feit dat jongeren onder de 18 nog niet zelfstandig met de auto naar school kunnen. Tegelijkertijd hebben ze de leeftijd om zelfstandig deze afstanden af te leggen in plaats van begeleid door een volwassene, zoals vaak op de basisschool nog wel gebeurt. In onderstaande tabel is de modal split gegeven voor de afstanden kleiner dan 5 km en groter dan 5 km. Hierin komt ook de sterke plaats van de fiets op de lange afstand naar voren.

Tabel  Verdeling over hoofdvervoerwijzen bij woon-schoolpendel van Nederlandse Middelbare scholen

12 <18 jaar
<5 km
>5 km
Aantal personen
318000
232000
lopen
9,3%
0,0%
Fiets
83,8%
63,6%
Brom-, snorfiets
1,5%
4,1%
Auto
2,1%
5,9%
Besloten busvervoer
0,1%
0,9%
Lijnbus
1,7%
14,4%
Tram of metro
1,1%
2,4%
Trein
0,1%
6,3%
Anders
0,3%
2,3%



Ruim een helft van de leerlingen woont op een afstand van 0-5 km van school, terwijl 38% 6-15 km moet afleggen om op school te komen. Nog eens 6% reist 16-30 km en slechts 2% reist meer dan 30 kilometer (Van Goeverden en De Boer, 2008).

De gemiddelde afstand in niet stedelijke gebieden is bijna 5 keer zo lang als de gemiddelde afstand tot een middelbare school in zeer sterk stedelijke gebieden. Het landelijk gemiddelde is 3,3 km. Op gemeenteniveau scoort Schiermonnikoog opvallend het beste met een gemiddelde afstand van 0,5 km, gevolgd door Vlieland met 0,6 km. In de gemeente Noord-Beveland met de gemiddeld langste afstand moeten scholieren gemiddeld 14 km fietsen om op school te komen

Tabel                    Gemiddelde afstand tot het voortgezet onderwijs per stedelijkheidsgraad

Mate van stedelijkheid
Gemiddelde afstand (km) tot voortgezet onderwijs
2006-2010
2010-2013
2014
2015
Zeer sterk
1,20
1,22
1,23
1,23
Sterk
1,58
1,62
1,69
1,72
Matig
1,90
2,04
2,18
2,25
Weinig
2,52
3,59
3,60
3,77
Niet
5,61
5,46
5,35
5,36

Overal lijkt de afstand tot de middelbare school iets groter te worden, behalve in de niet stedelijke gemeenten. Dit kan komen uitbreiding van de bebouwde gebieden, of door de herindeling van gemeenten of door het sluiten van scholen.

In onderstaande figuur is het verschil per type middelbare school weergegeven. De afstand tot VMBO-scholen is in alle provincies korter dan naar HAVO/VWO scholen. In de minder stedelijke provincies is het verschil tussen de twee typen middelbare scholen groter dan in de meer stedelijke provincies.

Figuur     Afstand tot voortgezet onderwijs per provincie, schooljaar 2011-2012





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen